Brave Burgers (Essay 2009)

brave burgers skaterJongeren zijn individualistisch als gevolg van ander waardensysteem – Mediation biedt inzicht in generatieconflict.
Let’s face it, in het poldermodel woedt een generatieconflict. Jongeren participeren niet in maatschappelijke organisaties zoals vakbonden en schaden daarmee hun eigen belangen. Traditionele vakbonden houden nieuwkomers buiten de deur en vervreemden zichzelf van toekomstige generaties werknemers. Het is daarom tijd voor een andere aanpak: het perspectief van mediation kan inzicht bieden in de onderliggende realiteit.
Lees hieronder het volledige essay BRAVE BURGERS!
Overstroming in de polder
Waar blijven de jongeren? vragen steeds meer maatschappelijke organisaties zich af. Jongerenparticipatie staat hoog op de politieke agenda maar de jongeren zelf laten nog niet van zich horen. De noodzaak van jongerenparticipatie lijkt het urgentst op het onderwerp arbeid en sociale zekerheid. Kortom, in het poldermodel. In het poldermodel wordt onderhandeld over collectieve arbeidsvoorwaarden en worden afspraken gemaakt over de verdeling en lasten van sociale zekerheid. Hierbij worden jongeren slecht vertegenwoordigd, terwijl met de komende vergrijzing hun belangen groter zijn dan ooit tevoren. Wat is hier aan de hand?
Waarom zijn jongeren van nu voor maatschappelijke organisaties zo moeilijk te bereiken? Filosoof Rob Wijnberg (1980) duidt de schijnbaar apathische houding van jongeren als een zelfverdedigingsmechanisme. Jongeren leven in een sterk gemedialiseerde wereld, waar de macrorealiteit van (geo)politiek en maatschappij de microrealiteit van hun dagelijkse leven non stop binnenstroomt.
Om met deze information overload om te kunnen gaan, hebben jongeren een aantal sterke filters voor zichzelf gecreëerd. De realiteit laat zich evenwel niet zo makkelijk wegfilteren en met hun onverschilligheid ten aanzien van een onderwerp als vergrijzing schaden ze hun eigen belangen.
Als we echter vanuit het perspectief van conflicthantering kijken, wordt duidelijk dat hier meer speelt dan information overload. Naast globalisering zijn er nog meer maatschappelijke ontwikkelingen die de positie en houding van jongeren beïnvloeden, bijvoorbeeld individualisering. Als we hier te maken hebben met een generatieconflict, dan kunnen we een beroep doen op de theorie en praktijk van conflicthantering. Het perspectief van een mediator geeft inzicht in het gedrag en de individuele keuzes van jongeren. Immers, een mediator kijkt niet alleen naar de posities en standpunten van de betrokkenen, maar ook naar de onderliggende belangen en waarden. Het gaat er niet om een oordeel te vellen maar om een proces op gang te brengen waarin het conflict op een positieve manier wordt gehanteerd.
Een eerste belangrijke bijdrage vanuit het perspectief van de mediator is het besef dat een conflict een schijnbare belangentegenstelling is. Mensen handelen al naar gelang hun eigen voorstelling van de realiteit en in een conflictsituatie is hun beleving dikwijls zeer beperkt (“Ik heb gelijk en hij niet!”). Echter, een conflict gaat altijd over méér dan belangen. Een conflict gaat ook over waarneming van en communicatie over belangen, bijvoorbeeld over waarden.
Voorbeeld: In het poldermodel bijvoorbeeld wordt een organisatie als het  Alternatief Voor Vakbond, die opkomt voor de belangen van jongeren, bevochten door de traditionele vakbonden. De traditionele vakbonden zijn niet meer in staat jongeren aan zich te binden en het AVV legt de vinger op zere plek. Tegelijkertijd erkent het AVV wel het belang van het poldermodel en de vertegenwoordiging van verschillende soorten werknemers binnen CAO’s en sociale zekerheidsvoorzieningen. Nederland telt namelijk op het moment ongeveer een miljoen flexwerkers, veelal jongeren, en dat worden er alleen maar meer.
Zijn jongeren van nu onverschillig of speelt er meer? Zijn ze misschien bang voor de verantwoordelijkheid die voortvloeit uit het besef dat het poldermodel in de huidige situatie voor hen eenvoudigweg ondemocratisch is? Het gedrag van jongeren zou dan beter kunnen worden omschreven als een soort freeriding. Een freerider is iemand die wel gebruik maakt van een publieke voorziening maar niet bijdraagt aan de lasten, bijvoorbeeld een zwartrijder in het openbaar vervoer. Maar we kunnen het begrip freerider ook gebruiken voor iemand er van uitgaat dat de publieke voorzieningen vanzelf ontstaan en beschikbaar blijven.
Spiral Dynamics
Vanuit het perspectief van de mediator kunnen we nu de vraag stellen: Wat hebben jongeren nodig om die verantwoordelijkheid te nemen? Hun relativerende houding geeft doorgaans uitdrukking aan het besef dat sommige conflicten nu eenmaal buiten hun invloedssfeer liggen. Zij weten dat zelfs de instituties aan de basis van de huidige maatschappij – zoals het huwelijk of de economie – plotsklaps kunnen instorten. Echter, over hun positie in het poldermodel hebben zij nu juist wél controle. Ook het belang dat zij hebben bij hun eigen participatie is inmiddels duidelijk zichtbaar. Blijkbaar is er nog een andere reden dat zij voorlopig nog geen verantwoordelijkheid willen nemen.
Het is algemeen bekend dat in conflicthantering er vaak oplossingen worden gezocht in gedeelde belangen. In de praktijk zal een mediator echter tevens op zoek gaan naar de verschillen tussen de betrokken partijen en in kaart brengen wat voor proces er nodig is om de verschillende partijen met elkaar over het conflict te laten communiceren en over oplossingen te onderhandelen. Het verschil tussen jongeren en organisaties zoals traditionele vakbonden bevindt zich dan ook niet zozeer op het niveau van belangen maar meer op het niveau van waarden.
Een mediator zou bijvoorbeeld kunnen verwijzen naar de theorie van Spiral Dynamics (hierna SD). Deze theorie stelt dat maatschappelijke waarden meeveranderen met de wereld. Iedere generatie vormt zich een eigen beeld van de realiteit en bouwt daarbij voort op het wereldbeeld van vorige generaties. So far so good, maar nu komt het: SD stelt dat deze evolutie van waarden wordt voortgedreven door conflicten tussen verschillende waardensystemen. Definitie: een waardensysteem is een gedeeld gedachtenpatroon dat binnen een bepaalde groep, gemeenschap of generatie informatie filtert en richting geeft aan maatschappijk handelen. Dit patroon is dikwijls een reactie op het gedeelde gedachtenpatroon van de voorgaande groep, gemeenschap of generatie. In SD worden deze verschillende waardensystemen aangegeven met kleuren of cijfers. (Let op: het betreft geen rangorde maar beschrijft verschillen.)
Als we naar de houding van jongeren kijken, zien we direct een aantal eigenschappen die binnen SD worden toegeschreven aan waardensysteem 7, ook wel FlexFlow genoemd: individualistisch, relativistisch, pragmatisch, gericht op ontwikkeling, flexibiliteit en persoonlijke vrijheid. Als we daarentegen naar de waarden van traditionele vakbonden kijken, zien we vooral overeenkomsten met waardensysteem 6, ook wel HumanBond genoemd: collectivistisch, sterk idee van ‘goed’ en ‘kwaad’, gericht op consensus, gelijke verdeling en harmonie. Conclusie: jongeren vertegenwoordigen een ander, nieuw waardensysteem en herkennen zich niet in een traditionele vakbond omdat (naast hun belangen) deze maatschappelijke organisatie hun waarden(systeem) niet vertegenwoordigt.
De houding van jongeren ten opzichte van het poldermodel is onderdeel van een natuurlijke ontwikkeling in waardensystemen. Vanuit dit perspectief zijn de verschillen tussen jongeren en maatschappelijke organisaties zoals traditionele vakbonden dus beter te benoemen: jongeren van nu zijn meer gericht op het individu; de vakbonden op het collectief, jongeren zijn meer gericht op ontwikkeling; de vakbonden meer gericht op het behoud van bestaande instituties.
Vanuit het perspectief van een mediator en met de theorie van SD in gedachten kunnen we het volgende over het generatieconflict binnen het poldermodel vaststellen: Wanneer verschillende waardensystemen met elkaar botsen en de situatie escaleert, bepaalt de waarneming van de betrokken partijen hun handelingen. Daarbij zal een partij in eerste instantie altijd de eigen positie verdedigen en zodoende bepaalde aspecten van de realiteit wegfilteren. De traditionele vakbonden zien in de geglobaliseerde wereld hun macht tanen en voelen zich bedreigd door de FlexFlow-houding van de nieuwe generatie. Traditionele vakbonden (6) worden geconfronteerd met jongeren (7) maar zien een 5. Waardensysteem 5, ook wel StriveDrive genoemd, wordt geassocieerd met egocentrisme, materialisme en competitie en werkt als een rode lap op traditionele vakbonden.
Voorlopige conclusie
Wat traditionele vakbonden zich moeten realiseren is dat jongeren niet een oud maar juist een nieuw waardensysteem vertegenwoordigen. De individualistische houding van jongeren moet niet verward worden met de individualistische houding van, zeg, een topmanager uit het bankwezen. De manier waarop we vandaag de dag tegen werk en sociale zekerheid aankijken, verandert. Volgens veel jongeren werk je niet alleen om geld te verdienen; het werk dat je doet is onderdeel van je identiteit en moet daarom vooral uitdagend en zinvol zijn. Wat jongeren zich moeten realiseren is dat het in het poldermodel niet alleen over belangen gaat. Het gaat ook over waarden en uiteindelijk over de manier waarop we omgaan met maatschappelijke veranderingen. Hun waardensysteem en de daarbij horende houding weerhoudt jongeren ervan mee te denken en te praten in het poldermodel. De vraag is echter: hoe lang kan dit nog goed gaan?
Een mediator kan jongeren laten zien dat zij in het poldermodel juist voor zichzelf moeten opkomen en helpen hun eigen belangen en waarden te articuleren. En als jongeren zouden vragen “Hoe vinden we dan weer zekerheid?” dan zou een mediator kunnen reageren met een gezonde dosis realisme, of liever relativisme, en zeggen “Is dat er ooit geweest?”
Een mediator heeft een positieve houding ten opzichte conflicten en ziet conflicten als onderdeel van de maatschappelijke realiteit. Conflicten houden weliswaar een gevaar in maar bieden ook een kans om veranderingen zélf vorm te geven. Wellicht vinden jongeren in de mediator een rolmodel, kunnen zij hun eigen (digitale) communicatievaardigheden inzetten en voorkomen dat het generatieconflict in het poldermodel escaleert.
Hoe? Door mee te praten.

“Ja ouwe, je tijd is gekomen!”

Jongeren zijn individualistisch als gevolg van ander waardensysteem – Mediation biedt inzicht in generatieconflict.

Let’s face it, in het poldermodel woedt een generatieconflict. Jongeren participeren niet in maatschappelijke organisaties zoals vakbonden en schaden daarmee hun eigen belangen. Traditionele vakbonden houden nieuwkomers buiten de deur en vervreemden zichzelf van toekomstige generaties werknemers. Het is daarom tijd voor een andere aanpak: het perspectief van mediation kan inzicht bieden in de onderliggende realiteit.

Trailer:

Lees hieronder het volledige essay BRAVE BURGERS!

Overstroming in de polder

Waar blijven de jongeren? vragen steeds meer maatschappelijke organisaties zich af. Jongerenparticipatie staat hoog op de politieke agenda maar de jongeren zelf laten nog niet van zich horen. De noodzaak van jongerenparticipatie lijkt het urgentst op het onderwerp arbeid en sociale zekerheid. Kortom, in het poldermodel. In het poldermodel wordt onderhandeld over collectieve arbeidsvoorwaarden en worden afspraken gemaakt over de verdeling en lasten van sociale zekerheid. Hierbij worden jongeren slecht vertegenwoordigd, terwijl met de komende vergrijzing hun belangen groter zijn dan ooit tevoren. Wat is hier aan de hand?

Waarom zijn jongeren van nu voor maatschappelijke organisaties zo moeilijk te bereiken? Filosoof Rob Wijnberg (1980) duidt de schijnbaar apathische houding van jongeren als een zelfverdedigingsmechanisme. Jongeren leven in een sterk gemedialiseerde wereld, waar de macrorealiteit van (geo)politiek en maatschappij de microrealiteit van hun dagelijkse leven non stop binnenstroomt.

Om met deze information overload om te kunnen gaan, hebben jongeren een aantal sterke filters voor zichzelf gecreëerd. De realiteit laat zich evenwel niet zo makkelijk wegfilteren en met hun onverschilligheid ten aanzien van een onderwerp als vergrijzing schaden ze hun eigen belangen.

Als we echter vanuit het perspectief van conflicthantering kijken, wordt duidelijk dat hier meer speelt dan information overload. Naast globalisering zijn er nog meer maatschappelijke ontwikkelingen die de positie en houding van jongeren beïnvloeden, bijvoorbeeld individualisering. Als we hier te maken hebben met een generatieconflict, dan kunnen we een beroep doen op de theorie en praktijk van conflicthantering. Het perspectief van een mediator geeft inzicht in het gedrag en de individuele keuzes van jongeren. Immers, een mediator kijkt niet alleen naar de posities en standpunten van de betrokkenen, maar ook naar de onderliggende belangen en waarden. Het gaat er niet om een oordeel te vellen maar om een proces op gang te brengen waarin het conflict op een positieve manier wordt gehanteerd.

Een eerste belangrijke bijdrage vanuit het perspectief van de mediator is het besef dat een conflict een schijnbare belangentegenstelling is. Mensen handelen al naar gelang hun eigen voorstelling van de realiteit en in een conflictsituatie is hun beleving dikwijls zeer beperkt (“Ik heb gelijk en hij niet!”). Echter, een conflict gaat altijd over méér dan belangen. Een conflict gaat ook over waarneming van en communicatie over belangen, bijvoorbeeld over waarden.

Voorbeeld: In het poldermodel bijvoorbeeld wordt een organisatie als het  Alternatief Voor Vakbond, die opkomt voor de belangen van jongeren, bevochten door de traditionele vakbonden. De traditionele vakbonden zijn niet meer in staat jongeren aan zich te binden en het AVV legt de vinger op zere plek. Tegelijkertijd erkent het AVV wel het belang van het poldermodel en de vertegenwoordiging van verschillende soorten werknemers binnen CAO’s en sociale zekerheidsvoorzieningen. Nederland telt namelijk op het moment ongeveer een miljoen flexwerkers, veelal jongeren, en dat worden er alleen maar meer.

Zijn jongeren van nu onverschillig of speelt er meer? Zijn ze misschien bang voor de verantwoordelijkheid die voortvloeit uit het besef dat het poldermodel in de huidige situatie voor hen eenvoudigweg ondemocratisch is? Het gedrag van jongeren zou dan beter kunnen worden omschreven als een soort freeriding. Een freerider is iemand die wel gebruik maakt van een publieke voorziening maar niet bijdraagt aan de lasten, bijvoorbeeld een zwartrijder in het openbaar vervoer. Maar we kunnen het begrip freerider ook gebruiken voor iemand er van uitgaat dat de publieke voorzieningen vanzelf ontstaan en beschikbaar blijven.

Brave Burgers – de film DEEL I

Spiral Dynamics

Vanuit het perspectief van de mediator kunnen we nu de vraag stellen: Wat hebben jongeren nodig om die verantwoordelijkheid te nemen? Hun relativerende houding geeft doorgaans uitdrukking aan het besef dat sommige conflicten nu eenmaal buiten hun invloedssfeer liggen. Zij weten dat zelfs de instituties aan de basis van de huidige maatschappij – zoals het huwelijk of de economie – plotsklaps kunnen instorten. Echter, over hun positie in het poldermodel hebben zij nu juist wél controle. Ook het belang dat zij hebben bij hun eigen participatie is inmiddels duidelijk zichtbaar. Blijkbaar is er nog een andere reden dat zij voorlopig nog geen verantwoordelijkheid willen nemen.

Het is algemeen bekend dat in conflicthantering er vaak oplossingen worden gezocht in gedeelde belangen. In de praktijk zal een mediator echter tevens op zoek gaan naar de verschillen tussen de betrokken partijen en in kaart brengen wat voor proces er nodig is om de verschillende partijen met elkaar over het conflict te laten communiceren en over oplossingen te onderhandelen. Het verschil tussen jongeren en organisaties zoals traditionele vakbonden bevindt zich dan ook niet zozeer op het niveau van belangen maar meer op het niveau van waarden.

Een mediator zou bijvoorbeeld kunnen verwijzen naar de theorie van Spiral Dynamics (hierna SD). Deze theorie stelt dat maatschappelijke waarden meeveranderen met de wereld. Iedere generatie vormt zich een eigen beeld van de realiteit en bouwt daarbij voort op het wereldbeeld van vorige generaties. So far so good, maar nu komt het: SD stelt dat deze evolutie van waarden wordt voortgedreven door conflicten tussen verschillende waardensystemen. Definitie: een waardensysteem is een gedeeld gedachtenpatroon dat binnen een bepaalde groep, gemeenschap of generatie informatie filtert en richting geeft aan maatschappijk handelen. Dit patroon is dikwijls een reactie op het gedeelde gedachtenpatroon van de voorgaande groep, gemeenschap of generatie. In SD worden deze verschillende waardensystemen aangegeven met kleuren of cijfers. (Let op: het betreft geen rangorde maar beschrijft verschillen.)

Als we naar de houding van jongeren kijken, zien we direct een aantal eigenschappen die binnen SD worden toegeschreven aan waardensysteem 7, ook wel FlexFlow genoemd: individualistisch, relativistisch, pragmatisch, gericht op ontwikkeling, flexibiliteit en persoonlijke vrijheid. Als we daarentegen naar de waarden van traditionele vakbonden kijken, zien we vooral overeenkomsten met waardensysteem 6, ook wel HumanBond genoemd: collectivistisch, sterk idee van ‘goed’ en ‘kwaad’, gericht op consensus, gelijke verdeling en harmonie. Conclusie: jongeren vertegenwoordigen een ander, nieuw waardensysteem en herkennen zich niet in een traditionele vakbond omdat (naast hun belangen) deze maatschappelijke organisatie hun waarden(systeem) niet vertegenwoordigt.

De houding van jongeren ten opzichte van het poldermodel is onderdeel van een natuurlijke ontwikkeling in waardensystemen. Vanuit dit perspectief zijn de verschillen tussen jongeren en maatschappelijke organisaties zoals traditionele vakbonden dus beter te benoemen: jongeren van nu zijn meer gericht op het individu; de vakbonden op het collectief, jongeren zijn meer gericht op ontwikkeling; de vakbonden meer gericht op het behoud van bestaande instituties.

Vanuit het perspectief van een mediator en met de theorie van SD in gedachten kunnen we het volgende over het generatieconflict binnen het poldermodel vaststellen: Wanneer verschillende waardensystemen met elkaar botsen en de situatie escaleert, bepaalt de waarneming van de betrokken partijen hun handelingen. Daarbij zal een partij in eerste instantie altijd de eigen positie verdedigen en zodoende bepaalde aspecten van de realiteit wegfilteren. De traditionele vakbonden zien in de geglobaliseerde wereld hun macht tanen en voelen zich bedreigd door de FlexFlow-houding van de nieuwe generatie. Traditionele vakbonden (6) worden geconfronteerd met jongeren (7) maar zien een 5. Waardensysteem 5, ook wel StriveDrive genoemd, wordt geassocieerd met egocentrisme, materialisme en competitie en werkt als een rode lap op traditionele vakbonden.

Brave Burgers – de film, DEEL II

Voorlopige conclusie

Wat traditionele vakbonden zich moeten realiseren is dat jongeren niet een oud maar juist een nieuw waardensysteem vertegenwoordigen. De individualistische houding van jongeren moet niet verward worden met de individualistische houding van, zeg, een topmanager uit het bankwezen. De manier waarop we vandaag de dag tegen werk en sociale zekerheid aankijken, verandert. Volgens veel jongeren werk je niet alleen om geld te verdienen; het werk dat je doet is onderdeel van je identiteit en moet daarom vooral uitdagend en zinvol zijn. Wat jongeren zich moeten realiseren is dat het in het poldermodel niet alleen over belangen gaat. Het gaat ook over waarden en uiteindelijk over de manier waarop we omgaan met maatschappelijke veranderingen. Hun waardensysteem en de daarbij horende houding weerhoudt jongeren ervan mee te denken en te praten in het poldermodel. De vraag is echter: hoe lang kan dit nog goed gaan?

Een mediator kan jongeren laten zien dat zij in het poldermodel juist voor zichzelf moeten opkomen en helpen hun eigen belangen en waarden te articuleren. En als jongeren zouden vragen “Hoe vinden we dan weer zekerheid?” dan zou een mediator kunnen reageren met een gezonde dosis realisme, of liever relativisme, en zeggen “Is dat er ooit geweest?”

Een mediator heeft een positieve houding ten opzichte conflicten en ziet conflicten als onderdeel van de maatschappelijke realiteit. Conflicten houden weliswaar een gevaar in maar bieden ook een kans om veranderingen zélf vorm te geven. Wellicht vinden jongeren in de mediator een rolmodel, kunnen zij hun eigen (digitale) communicatievaardigheden inzetten en voorkomen dat het generatieconflict in het poldermodel escaleert.

Hoe? Door mee te praten.