Het eeuwige conflict rond (soft) drugs
Druggebruik is van alle tijden. Toch wordt het debat over drugs vaak vanuit de onderbuik gevoerd. Daarom is het tijd voor een andere aanpak. Het debat over drugs moet gaan over de positieve EN negatieve kanten van drugs. Hierbij moeten inzichten uit de wetenschap en sociologie voorop staan en niet religieuze en politieke moraal.
In deze blog (eerste van een serie over drugs) pleit Matthias Hiemstra, derdejaars student neuro-psychologie aan de UvA, voor een ander debat over drugs en druggebruik.
Druggebruik als een moreel conflict
Het gebruik van geestverruimende middelen is al duizenden jaren onderwerp van conflict. Het is vandaag de dag moeilijk voor te stellen dat er ooit een tijd was dat alle middelen die momenteel op de Opiumlijst staan, voor iedereen beschikbaar waren. Het conflict rond geestverruimende middelen is terug te voeren op het scheppingsverhaal uit de bijbel, waar het eten van de ‘verboden vrucht’ de reden was dat Adam en Eva het paradijs uitgebonjourd werden. De ‘verboden vrucht’ stond symbool voor de kennis over goed en kwaad en het vergaren van deze kennis werd dan ook gezien als een van de snode plannen van Satan. Het was natuurlijk helemaal niet de bedoeling dat mensen zelf gingen nadenken, dat konden ze beter aan de geestelijke leiders overlaten. Nu zijn er tegenwoordig nog weinig mensen die het scheppingsverhaal letterlijk nemen, maar het symboliseert wel de religieuze aversie tegen genotsmiddelen.
Ook in de middeleeuwen zien we dit terug, toen de Kerk besloot om zogenaamde ‘heksen’ en ‘tovenaars’ massaal op de brandstapel te gooien, vanwege hun alternatieve levensstijl. Deze alternatieve levensstijl onderscheidde zich doordat deze personen vaak dicht bij de natuur leefden. Hun ‘toverdrankjes’ zouden we tegenwoordig onder de noemer psychoactieve middelen scharen. Helaas is deze heksenjacht nog steeds actueel, alleen dan onder de noemer ‘the war on drugs’ en worden mensen niet op brandstapel gegooid, maar in de gevangenis gegooid of in sommige landen geëxecuteerd. Dit vanwege het simpele feit dat mensen gebruik maken van wat de natuur hen heeft te bieden.
Legalisatie van soft drugs
Het conflict is vandaag de dag nog zeer actueel. De discussie over het legaliseren van genotsmiddelen laait regelmatig op en wordt over het algemeen vanuit de onderbuik gevoerd. Ondanks vele wetenschappelijke onderzoeken die de voordelen van legalisatie van genotsmiddelen onderschrijven, lijkt dit gegeven vooralsnog een groot taboe en worden adviezen van onderzoekscommissies door gezaghebbers veelal in de wind geslagen. Dit leidt ertoe dat burgers zich niet langer serieus genomen voelen door de overheid en werkt burgerlijke ongehoorzaamheid in de hand. Een recent voorbeeld van de willekeur van de overheid is de huidige discussie over het THC-gehalte in cannabis. Het kabinet wil cannabis met een THC-percentage van hoger dan 15% op de lijst I van de Opiumwet plaatsten. De argumenten die voor deze wetswijziging worden aangedragen zijn de volgende:
(1) Cannabis-gebruik tijdens de adolescentie is een risicofactor voor het ontstaan van schizofrenie op latere leeftijd. Cannabis met een hoog THC-gehalte lijkt hierbij een hoger risico te vormen dan cannabis met een laag THC-gehalte.
Dit argument gaat voorbij aan het feit dat deze risicofactor alleen geldt voor een kleine groep mensen met een genetische gevoeligheid voor schizofrenie en niet voor de gemiddelde gebruiker.
(2) De grens van een THC-gehalte van 15% is gebaseerd op het gegeven dat de schade voor de volksgezondheid vooral is toegenomen na 2001 en het THC-gehalte toen rond de 11% lag. Er is geen wetenschappelijke argumentatie voor deze grens, maar de commissie die de overheid hier over geadviseerd heeft, vindt het onverantwoord om uitvoerig onderzoek hiernaar af te wachten.
Dit laatste argument lijkt dus vooral op onwetendheid te zijn gestoeld. Er wordt verder ook niet echt ingegaan op het gegeven dat de schade voor de volksgezondheid na 2001 zou zijn toegenomen. Meestal wordt er dan gewezen op het feit dat er de laatste jaren steeds meer jongeren met een cannabisproblemen bij de verslavingszorg terecht komen. Wat men hierbij veelal verzuimt te vermelden is dat blowende jongeren die vanwege wat voor reden dan ook voor de rechter komen, de keuze krijgen tussen een reguliere straf of afkicken. Dit zou weleens de reden kunnen zijn dat het verslavingspercentage de laatste tijd zo hoog ligt. Bij het behandelen van een verslaving is het van groot belang dat de gebruiker zelf zijn verslaving onderkent en dit zelf wil veranderen. Bij een ‘gedwongen’ behandeling kan men zich voorstellen dat de keuze om af te kicken meer een manier is om een reguliere straf te ontlopen.
Wat verder opvalt aan dit argument is dan men zich blijkbaar blind staart op het THC-gehalte in cannabis. Zo zijn er wetenschappelijke bevindingen dat de werking van THC mogelijk wordt beïnvloed door een andere werkzame stof in cannabis, de cannabidiol. Het lijkt erop dat juist de verhouding tussen deze twee stoffen in cannabis een belangrijke rol speelt bij de gezondheidsrisico’s. Zo zijn er aanwijzingen dat cannabidiol sommige effecten van THC dempt, zoals acute psychotische symptomen, angst en verslechtering van het geheugen. Het tragische aspect aan dit hele verhaal is dat deze kennis over de werking van cannabis en andere genotmiddelen allang voor handen had kunnen zijn, ware het niet dat onderzoek hiernaar structureel wordt tegengewerkt.
Softdrugs en criminaliteit
De gevolgen van criminaliseren van cannabis met THC-gehalte van 15% of hoger laten zich gemakkelijk raden. Hiervoor hoeven we alleen maar te kijken naar de drooglegging van alcohol in de VS van de vorige eeuw, waardoor de georganiseerde criminaliteit (de maffia) haar hoogtepunt kon beleven. De vraag naar ‘zware’ cannabis zal niet afnemen door deze wetswijziging, het aanbod zal zich enkel naar de straat verplaatsten. Hierdoor zal de controle op cannabis verdwijnen en zal de kwaliteit ook afnemen aangezien drugsdealers eerder financiële belangen hebben dan gezondheidsbelangen. Hier komen we dan ook bij een van de belangrijkste aspecten van de discussie, want wie heeft er eigenlijk belang bij het legaliseren van genotmiddelen? De dealers in ieder geval niet, de reden dat zij er überhaupt voor kiezen om de drugshandel in te gaan zijn de exorbitante winstmarges die hiermee gepaard gaan. Deze dealers hebben belang bij de instandhouding van de status quo van het huidige drugsbeleid.
Beeldvorming rond drugs
De beeldvorming rondom geestverruimende middelen speelt ook een grote rol bij de manier waarop het debat tegenwoordig gevoerd wordt. Zoals hierboven reeds is besproken, wordt er bij de berichtgeving over de toename van aanmeldingen bij afkickklinieken niet gerept over het feit dat in sommige gevallen de keuze om af te kicken een alternatief is voor een reguliere straf. Een ander voorbeeld is een nieuwsbericht van de NOS van 6 oktober j.l.. Dit bericht gaat niet over drugs maar over een rapport over het aantal moorden wereldwijd in 2010 van het ‘bureau voor drugs- en criminaliteitsbestrijding’ van de Verenigde Naties. In het oorspronkelijke rapport valt te lezen dat dit bureau in het Engels ‘United Nations Office on Drugs and Crime’ heet en dus geen drugsbestrijding. Of dit een vertaalfout of de vertekende perceptie van een NOS-redacteur betreft is onduidelijk, maar voor de lezer wordt hier impliciet de boodschap doorgegeven dat drugs ‘bestreden’ dienen te worden. Wat dit bericht extra wrang maakt, is dat er in juni van dit jaar een rapport is verschenen van voormalige staatshoofden en VN-prominenten waarin gesteld wordt dat de oorlog tegen drugs is mislukt. Verder wordt er in dit rapport niet alleen gesteld dat de oorlog tegen drugs mislukt is, maar dat het ook meer kwaad dan goed doet. Saillant detail is een reactie hierop van een woordvoerder van een Amerikaans staatsbureau ‘Office of National Drug Control Policy’. Deze woordvoerder laat weten: “Drugsverslaving is een ziekte en kan succesvol worden voorkomen en behandeld. Het beter verkrijgbaar maken van drugs – zoals dit rapport suggereert – zal het moeilijker maken om onze samenleving gezond en veilig te houden”. Deze reactie is natuurlijk weinig verrassend, aangezien dit bureau en de baan van deze meneer hun bestaansrecht ontlenen aan het feit dat drugs illegaal zijn.
Zou juist niet het legaliseren van drugs ervoor kunnen zorgen dat er meer toezicht op de kwaliteit kan komen, wat juist weer ten goede komt aan een gezonde en veilige samenleving?
GEEN debat vanuit de onderbuik
Los van de vraag of soft drugs gelegaliseerd of juist gecriminaliseerd moeten worden, moet het debat over drugs minder vanuit de onderbuik en meer vanuit het verstand worden gevoerd. Verder is het van belang dat er bij de educatie op middelbare scholen meer aandacht wordt besteed aan voorlichting over drugs. Naast de algemene risico’s van drugs waar nu op gewezen wordt zou er ook meer aandacht besteed moeten worden aan de mechanismen die schuil gaan achter verslaving en polydrugsgebruik (het gebruik van meerdere drugs tegelijk). Door niet alleen te hameren op de negatieve kanten van drugs zou ook meer verteld kunnen worden over de positieve kanten hiervan, zodat jongeren die zelf af en toe drugs gebruiken meer serieus worden genomen. Aan elk verhaal zit twee kanten en op dit moment worden jongeren voornamelijk doodgegooid met de negatieve kant van het verhaal. Zo zou er naast een ex-verslaafde voor de klas ook iemand kunnen spreken die ondanks of misschien zelfs dankzij drugsgebruik een succesvol en gelukkig leven leidt.
Een beter debat over drugs
Drugs zijn net zo oud als de mensheid zelve. Ondanks de positieve geestverruimende effecten, leiden drugs tot grote conflicten en maatschappelijke schade. Om het debat over drugs uit de huidige impasse te helpen, zal ik de komende periode dieper ingaan op de conflicten rond drugs. Per drug zal ik ingaan op de geschiedenis, de toepassingen en de laatste wetenschappelijke inzichten. Kortom, de positieve EN de negatieve kanten van drugs.
